Al vijftig jaar kom ik bijna elke week in boekhandel De Slegte om mijn portie dagelijks boekenbrood in te slaan. Zo ook op 3 november 2011 – dag op dag zes jaar na mijn ayahuasca – ervaring met Jezus en dag op dag één jaar vóór mijn ervaring als lijdend voorwerp van “zinloos geweld” (zie ook op deze blog: “Op de thee met Jezus” en “Niet over rozen”). Om mijn klantenkaart vol te krijgen kocht ik voor amper 3 euro een beduimeld Amerikaans paperbackje. Het zag er niet uit, maar het wou bij me zijn. Dit boekje van Brad & Sherry Steiger bevat een verzameling anekdotes en verhalen van gewone stervelingen die Jezus op enigerlei wijze ontmoet of ervaren hadden. Titel : “He walks with me, true encounters with Jesus”. Het prikkelde mijn nieuwsgierigheid vanwege mijn eigen ontmoeting met Jezus tijdens het ayahuasca-visioen waar ik het eerder al over had en dat ik niet als een hallucinatie, maar eveneens als een true encounter had ervaren. Hoofdstuk 7 van het boekje handelde over de Lijkwade van Turijn en de vraag of dit veelbesproken linnen doek werkelijk de afbeelding van Jezus draagt? Omdat het makkelijk hanteerbaar was, las ik dit pocketje in bed vóór het inslapen. Ik weet nog precies dat ik met een zekere stelligheid dacht : “Ik moet nu toch eindelijk eens onderzoeken hoe dat zit met die fameuze Lijkwade”. Wat ik erover wist beperkte zich op dat moment tot wat ik in de media gelezen, gehoord en gezien had. Dat sommigen beweerden dat de Wade het doek was waarin de gekruisigde Jezus in het graf werd gelegd, wat anderen dan weer mordicus ontkenden. Zo is er de van de verfpot gerukte theorie dat Leonardo Da Vinci de schepper van de Wade is : hij zou de afbeelding op het doek geschilderd hebben. De Lijkwade werd echter al een eeuw eerder gesignaleerd in Frankijk. In 1988 wezen koolstof-14-tests uit dat ze uit de late middeleeuwen zou stammen, meer bepaald uit de tijd toen ze halfweg de 14de eeuw plots opdook in Lirey, Frankrijk, bij de adellijke familie de Charny, nadat ze tijdens de vierde kruistocht spoorloos was verdwenen uit de Kapel van H. Maria van Blachernae in Constantinopel. Dat was gebeurd bij de plundering van de Byzantijnse hoofdstad door de kruisridders in 1204. Niet de “Moren” (moslims), maar de christelijke broeders uit Constantinopel, toen de rijkste stad van het westen, moesten eraan geloven… Menig adellijk geslacht legde met de buitgemaakte kostbaarheden de basis van haar fortuin. Die C-14 datering kwam toen in het tv-nieuws. Ik herinner me de persconferentie waarop drie wetenschappers met enige triomfalistische arrogantie hun resultaten presenteerden die, naar eigen zeggen, onomstotelijk uitwezen dat de Lijkwade middeleeuws menselijk maakwerk en dus een vervalsing was. Op een schoolbord achter hen stond de datering in krijt: “1260-1390!” Mét uitroepteken. Ook ik ging er toen vanuit dat daarmee alles gezegd was. Later zou blijken dat het met dit C14-onderzoek grondig fout was gegaan. Nieuwe testen kwamen tot heel andere bevindingen en bevestigden dat het doek wel degelijk uit de 1ste eeuw stamde. Zo zaaide de Wade twijfel bij deze twijfelaar die opheldering wou, zeker nu Jezus zo’n belangrijke plaats in mijn leven had ingenomen.
Je kent inmiddels mijn tactiek. Na de lectuur van het boekje, startte ik een ware leesmarathon over de Lijkwade. Ik begon met de klassiekers van Ian Wilson en las vervolgens alles wat ik in het Nederlands te pakken kreeg. Ik bestelde belangrijke boeken in de USA en Engeland en plunderde ook de ongemeen rijke en door vele miljoenen bezoekers bezochte Shroud of Turin website (https://shroud.com/) van de aimabele Barrie Schwortz, onderzoeker van het eerste uur en wereldautoriteit inzake Wade. Al snel werd duidelijk dat de Wade het meest onderzochte archeologische object ter wereld is. Zij werd door een waaier van wetenschappelijke disciplines onderzocht en alle – op dat ene omstreden C14-onderzoek uit 1988 na – ondersteunen ze de authenticiteit van de Lijkwade. Wanneer er op tien onderzoeken negen in éénzelfde richting wijzen en één in een tegenovergestelde, betekent dat meestal dat er iets loos is met dat ene onderzoek. En zo was het ook. Het sample dat voor de eerste C14-tests was gebruikt, werd immers geknipt uit de meest ongeschikte plaats op de Wade, met name de plek waar ze gedurende de voorbije 20 eeuwen werd vastgehouden om ze te tonen aan het publiek, ze op te hangen, weer op te plooien, enz. Een zwaar gecontamineerd stukje stof dus. Bleek dat het staal afkomstig was van een door kloosterzusters verstelde slijtageplek, m.a.w. van een stukje linnen dat tijdens de middeleeuwen in het originele doek werd ingeweven. Dit stukje werd gedateerd tussen 1260 en 1390. Dit had het eerste C14 onderzoek ook correct uitgewezen, alleen ging het hier niet om een deel van de Lijkwade zelf, maar om een middeleeuws invoegsel. Het grote publiek is er van overtuigd dat koolstofdatering onfeilbaar is, wat absoluut niet zo is. Daardoor blijft het idee hangen dat de Wade een middeleeuwse vervalsing is. Zo gaat het nu eenmaal bij fake news: een rechtzetting achteraf krijgt in de media altijd veel minder aandacht. Na het doornemen van een berg wetenschappelijke informatie – botanisch, genetisch, historisch, iconografisch, pictografisch, ambachtelijk, forensisch (Jezus had bloedgroep AB, dezelfde bloedgroep die teruggevonden werd op het al even beroemde Sudarium van Oviedo, het zweetdoek dat op het gezicht van Jezus lag – werd de milde scepticus die ik was een echte believer van de authenticiteit van de Lijkwade.

Men zegt me soms: “Je hebt toch de Lijkwade niet nodig om te geloven dat Jezus echt bestaan heeft?” Neen, inderdaad niet, maar het helpt wel om van geloven weten te maken. Er zijn immers nog steeds legio rabiate ontkenners van de historiciteit van Jezus. Mensen die dus volhouden dat Jezus nooit geleefd heeft, een fictief personage is waar naderhand een religie omheen werd opgetrokken. Alsof levende religies uitgedacht kunnen worden?! Alsof een aantal mensen op een dag de koppen bij mekaar stak en zei : “Laten we vanavond eens een religie uitvinden en een personage verzinnen waaromheen alles zal draaien”. Absurd. Maar dit is een andere discussie. Dé vraag is hoe de afbeelding van de gekruisigde op de Wade is gekomen? Multidisciplinair onderzoek wees uit dat de print op geen enkele ambachtelijke wijze is aangebracht. Er werden geen kleurpigmenten, geen penseelstreken of wat voor sporen van menselijke technieken aangetroffen. Zoals al eeuwenlang in de traditie wordt gezegd, is afbeelding “acheiropoetos”, wat betekent: “niet door mensenhanden gemaakt”. De afdruk ontstond evenmin door verkleuring van lichaamssappen. De vage afbeelding zoals wij die te zien krijgen, blijkt op een onverklaarbare wijze ook nog eens als een foto-negatief te fungeren. Dat is een uniek fenomeen dat op geen enkele andere afbeelding – foto, schilderij, tekening – van toepassing is. Een ontwikkelde foto van het Lijkwade-negatief levert het gedetailleerde “positieve” beeld op van een gekruisigde man, zoals de Italiaanse fotograaf Secundo Pia in 1898 tot zijn verbijstering in zijn donkere kamer ontdekte, toen hij als allereerste foto’s van Lijkwade ontwikkelde. Onder zijn verbaasde ogen verscheen een “foto” van een dertiger, ongeveer 1 m 85 groot, met halflang haar en gevorkte baard, die alle zichtbare sporen draagt van wat hij de uren vóór zijn dood onderging, precies zoals het in de evangelies beschreven staat : de geseling en doornenkroning, gezwollen oogkassen en jukbeenderen en gebroken neus door de vuistslagen in zijn gezicht, schaafwonden aan de schouder door het dragen van het zware kruis, kneuzingen aan de knieën door het vallen onderweg naar Golgotha, de spijkerwonden in handen en voeten, de lanssteek in de borst. Het blijft tot op vandaag een compleet mysterie hoe de afbeelding op het doek verscheen. Waar de meeste onderzoekers het over eens zijn, is dat ze door een plotse intense “ontlading” of “straling” moet ontstaan zijn, toen het in de Wade gewikkelde dode lichaam van Jezus in een fractie van een seconde a.h.w. dematerialiseerde, “oploste” en verdween. Daarom noemt men de Wade “een polaroid van de Verrijzenis”, een foto – en dus een tastbaar bewijs – van Jezus’ Opstanding uit de dood.
In het evangelie van Johannes, die een ooggetuige was, lezen we hoe Maria Magdalena, als eerste, op zondagochtend het lege graf ontdekte en aan de andere leerlingen meldde “dat iemand het lichaam van de Heer had gestolen”. Daarop waren Petrus en Johannes naar het graf gerend om de situatie te bekijken. Johannes keek als eerste naar binnen in het lege graf en, zoals de Schrift zegt: “hij zag en geloofde”. Wat zag hij en wat geloofde hij? Dat het graf leeg was, betekende nog niet dat Jezus uit de dood was opgestaan, zoals Hij had voorspeld. Zijn lichaam kon inderdaad gestolen zijn, zoals de Magdaleense logischerwijze dacht. Dit is het tafereel dat Johannes zag : op de plek in het rotsgraf waar ze op vrijdag het in een linnen doek gewikkelde en gebonden dode lichaam van hun Meester hadden neergelegd, lag nu alleen nog de Wade en de bindwindsels. Het lichaam was dus uit de lijkwade én de bindbanden verdwenen. In hun haast zouden mogelijke dieven heel zeker het in de lijkwade gewikkelde, bebloede lichaam van Jezus mee gegrist hebben en het niet eerst uit het doek gehaald hebben, toch? Dat zou absurd zijn. Maar zo was het dus niet gegaan. Het lichaam was, van binnenuit, uit de Wade verdwenen. Dat was blijkbaar met een dermate grote energie-ontlading gebeurd, dat het een gedetailleerde fotografische afdruk naliet van de voor- en rugzijde van de overledene. Na alles wat ik gelezen had over het wetenschappelijk onderzoek van de Lijkwade, kon ik alleen maar besluiten dat het op deze wijze moet gegaan zijn. Hier was dus geschied wat Hij voorzegd had : “Op de derde dag zal ik uit de dood verrijzen”. Blijkbaar was dit geen loze uitspraak of valse belofte, maar fact en geen fictie.

Vanuit deze mysterieuze Opstanding zag ik ook veel zaken die Jezus bij leven verricht had plots in een heel ander licht. Als Hij werkelijk uit de Lijkwade was verdwenen en uit de dood was opgestaan, dan kon ik al die andere wonderlijke daden van Hem niet langer afdoen als verzinsels of overdrijvingen van zijn enthousiaste fans die het imago van hun held tot in het absurde wilden verfraaien. Als de Verrijzenis een feit is, waarom zou Hij dan ook niet al die andere paranormale en bovennatuurlijke dingen verricht kunnen hebben : wonderen, genezingen, voorspellingen, materialisaties, bilocatie, etc. Ik ben opgevoed met het idee dat Jezus’ mirakels zo uitzonderlijk waren dat ze het impliciete bewijs vormen dat hij geen gewone sterveling was zoals jij en ik, maar “de zoon van God”, want alleen God kan dergelijke wonderen verrichten. Later kwam ik erachter dat soortgelijke sterke verhalen bekend zijn van Indiase yogi. Ook zij zijn in staat om de meest wonderlijke dingen te verrichten, ja, ook mensen uit de dood opwekken en zelfs de dood overleven. Lees er maar de klassieker op na van Paramahamsa Yogananda “Autobiografie van een Yogi”. Niet dat deze dingen in India alledaagse kost zijn, maar ze behoren daar gewoon tot hun cultuur. Net als die straffe oosterse yogi, moet Jezus op zijn minst een volledig gerealiseerd mens geweest zijn, een ontwaakte, een verlichte. Overigens zien ze in het Indiase hindoeïsme probleemloos Jezus als een verlicht yogi en avatar, d.w.z. een mens waarin God vlees is geworden, geïncarneerd is.
Deze polaroid van de Verrijzenis deed me op een andere manier naar Jezus kijken. Ik kreeg een vollediger beeld van de man en hoefde niet langer die op het eerste gezicht irrationele dingen uit zijn leven te verwijderen of te negeren. We hebben immers de neiging om uit de evangelies datgene te kiezen wat ons het beste ligt of bij de tijdsgeest past en de ongemakkelijke stukken buiten beschouwing te laten. Dat kan en dat mag. Elke tijd zal wel zijn eigen selectieve benadering kennen, maar zelf heb ik het daar moeilijk mee. Ik had altijd al het gevoel dat zo’n houding niet correct is. Je selecteert bij je geliefde toch ook niet enkel die aspecten die je bevallen. Liefde omvat het totaalpakket. Kon ik naar eigen goeddunken zomaar passages uit de evangelies elimineren die niet in mijn santeboetiek en denk(k)raam pasten? Ik realiseerde me dat met het arbitrair deleten van alles wat niet “Woord” was – mirakels, exorcismen, genezingen, voorspellingen, verschijningen, materialisaties – ik de helft van wat de evangelies vertelden schrapte. Zo bleef alleen een puur humanistische Jezus over, die zeer de moeite waard is maar die toch ook erg onvolledig. Die bovennatuurlijke, vaak ronduit paranormale gebeurtenissen aanvaarden, was geen makkelijke opdracht, vooral niet wat zijn Opstanding uit de dood betreft. Tot op dat moment had ik Jezus enkel gezien als een groot wijsheidsleraar, genre Boeddha of Socrates. Dat betekende dat ik vooral zijn woorden, zijn parabels, zijn boodschap kon smaken. Al die wonderen waar de evangelies van bulken, ik kon er weinig mee. Laat staan met zijn Verrijzenis en Hemelvaart. Dat leken me eerder elementen met een rijke symbolische betekenis weliswaar, maar fictieve gebeurtenissen die aan het verhaal werden toegevoegd om aan zijn persoonlijkheid het halo van goddelijkheid te geven. De biografie van Jezus hield voor mij dan ook op bij zijn kruisdood en graflegging op Goede Vrijdag. Wat daarna volgde – Pasen en Zijn Verrijzenis, zijn post-mortale verschijningen, Pinksteren, Hemelvaart – liet ik over aan de “echte” gelovigen, voor wie deze zaken overigens de kern en de basis van hun geloof uitmaken. De Heilige Wade leerde me de figuur van Jezus dus in haar totaliteit te zien : als mensenzoon, godszoon, wijsheidsleraar, genezer, exorcist, profeet, wonderdoener, etc. De authenticiteit van de Lijkwade als tastbaar teken van zijn Opstanding wijst er volgens mij ook op dat de evangelisten geen fictie schreven, maar feiten vastlegden, weliswaar gekleurd en op veel punten incorrect zoals alle verslagen van ooggetuigen, maar toch wezenlijk en in de geest juist. Toen ik, na zoveel jaren, de vier evangelies met nieuwe ogen herlas, trof me de frisheid en de waarachtigheid die er na 2000 jaar nog altijd van afspatten. En vandaag zie ik al die wonderlijke daden van Hem als concrete toepassingen van Zijn boodschap, als daden die Hij bij zijn Woorden van Liefde voegde. Al heel lang zoeken historici naar een verklaring voor de plotse, explosieve groei van het christendom tijdens de eerste eeuwen na Christus. Als het wonder van de Opstanding verworpen wordt, wat zelfs de meeste gelovigen vandaag de dag doen, wat is dan de reden dat zovelen zich bekeerden tot een religie waarvan de volgelingen door de Romeinse overheid zo streng werden vervolgd en waarvan de spilfiguur een “loser” was die een schandelijke dood aan het kruis stierf? Volgens mij is dat te danken of te wijten aan Jezus’ Opstanding en het materieel bewijs ervan.

Vind je het ook vreemd dat christenen als belangrijkste symbool van hun religie kozen voor het weinig uitnodigende beeld van een dode man aan een kruis. Een permanente confrontatie met onnoemelijk lijden en sterven, wie wil dat nou? Elk reclamebureau zou dit een blunder van formaat noemen. Zo voer je geen wervende promotiecampagne voor je zaak. Waarom dan toch dit beeld? Omdat het verwijst naar iets buitengewoons. Vanaf de Oudheid tot in de 19de eeuw vormt de afbeelding van Jezus op de Wade immers de enige “foto” van een mens. Ik denk dat Jezus’ Verrijzenis uit de dood die vreemde keuze voor het symbool van het kruis bepaalde. De Heilige Wade als symbool is natuurlijk veel moeilijker voor te stellen in een eenvoudig aanschouwelijk beeld zoals een kruis dat is. Pas enkele eeuwen na Zijn dood kreeg Jezus een gezicht: dat zo herkenbare gelaat dat er tot op vandaag in al de voorstellingen grotendeels hetzelfde uitziet. Hoe kan dat? Er bestond toch geen portret van Hem? Dat was er wel degelijk. Het gezicht van Jezus van de lijkwade stond immers model voor de eerste – zoals dat van de Jezus Pantocrator in de Aya Sofia in Constantinopel – en alle daarop volgende portretten van Hem. Vanaf dat moment zien we de typische Jezus : lang haar met scheiding midden het voorhoofd, grote ogen, lange neus, snor en gevorkte baard. De hippielook van de jeugd uit de jaren ‘60. Het verbaast me dat er in kerken, kapellen en abdijen haast geen afbeeldingen te vinden zijn van de Wade of van Jezus’ ware gezicht. Toch zeer eigenaardig dat een zo volstrekt uniek object in de wereldgeschiedenis zo weinig aandacht krijgt in religieuze gebouwen. Twijfelt men ook in de kerk nog altijd aan de authenticiteit ervan? Vooroordeel of gebrek aan informatie of kennis? Ondanks de overdonderende bewijskracht van de echtheid, blijft de scepsis bestaan. Ik denk dat dit enkel en alleen zo is, omdat het om Jezus gaat. Ik ben ervan overtuigd dat onze seculiere wereld en wetenschap veel minder moeite zou hebben met een gelijksoortige “polaroid” van farao Thoetmosis, van Plato, Julius Caesar of Karel de Grote. Maar Jezus? Ho maar ! Jezus blijft immers een struikelsteen des aanstoots. In 1888 schreef Nietzsche in zijn boek “De Antichrist”: “Het is tegenwoordig onbehoorlijk om christen te zijn”. Dat is het nog steeds, zeker in het Westelijk halfrond.
Wat ik tot hier toe over de Wade schreef, kan de indruk wekken van een louter intellectuele benadering. Dat is het óók, maar veel meer nog is het een zaak van het hart. Mijn nieuw verworven kennis injecteerde ik in mijn spirituele praktijk. De Wade gaf Jezus persoonlijke trekken. Ik kon er een gezicht opplakken, zoals men gemeenzaam zegt. Daardoor werd mijn band met Hem veel intiemer. Bij gebed en meditatie richt ik me nu tot een man van vlees en bloed, een ware zoon des mensen. Het viel mij op dat de comeback van Jezus in mijn leven via de twee visioenen en de Wade, zich aanvankelijk grotendeels afspeelde rond Jezus’ lijden en dood, niet rond zijn wonderlijke woorden en daden. Dat verbaasde me, want eertijds vond ik dat er teveel nadruk werd gelegd op de eerste aspecten, daar waar het volgens mij toch vooral om Zijn Goede Boodschap ging. Altijd al keek ik met kritische blik naar het geëxalteerd christelijk dolorisme van sommigen, dat lijden als een hoge morele en religieuze waarde op zich beschouwt. Het verheerlijken van de martelgang van Jezus en zwelgen in lijden en pijn vond ik eerder een psychologische afwijking dan een mystiek beleven, en nu dit… Was ik op weg om zelf een “dolorist” te worden? Neen. Mijn ontzag en respect voor de Wade is geen vorm van dolorisme. De relikwie maakte eerder van Jezus een mens van vlees en bloed en dus herkenbaar, benaderbaar en bereikbaar. Toen mijn jongste zoon en schoondochter, die weet hebben van mijn liefde voor de Wade, op vakantie waren in Italië, maakten ze een ommetje naar Turijn. Daar kochten ze voor mij verschillende afbeeldingen van de Wade, o.m. een poster op ware grootte van het gezicht van Jezus. Die liet ik inkaderen en hing ‘m aan de muur van mijn meditatiekamer. Ook de vele afbeeldingen die ik van het internet plukte kregen een functie in mijn beoefening. In de devotionele praktijk die ik spontaan ontwikkelde neemt de Wade een belangrijke plaats in. Het bhakti-pad of pad van devotie was nooit mijn ding, maar daar kwam nu verandering in. Ik maakte er gebeden en schreef er haiku’s over, brandde kaarsen en wierook, offerde Hem de hartjes die ik op straat vond. Ik ontwikkelde zelfs een nieuwe “bhaktische” meditatiemethode – Rabbi Jezus Yoga – die ik via deze blog aan wereld aanbied. Met deze nieuwe ontwikkelingen voelde ik me overigens in goed gezelschap, want mystici zoals Carolus Borromeus, François de Sales, Ignatius van Loyola, Jeanne de Chantal en Thérèse van Lisieux koesterden evenzeer een grote verering voor de Lijkwade Wade die “het vijfde evangelie” wordt genoemd.

Het kon geen toeval zijn dat er zich rond mijn Golgotha-ervaringen, waarover ik het eerder al had, een sterk betekenisvol toeval voordeed. Dit manifesteerde zich via mijn levenslange interesse voor mijn voorouderlijke geschiedenis. Als stambewaarder van het geslacht Van Meirhaeghe deed ik gedurende 40 jaar research naar onze roots (zie ook “Van de Meermin en de Magische Keien” elders op deze blog). In 2010 was mijn onderzoek afgerond en legde ik de laatste hand aan de voorbereiding van de publicatie van “Het Geslacht Van Meirhaeghe, Acht eeuwen familiegeschiedenis”, mijn levenswerk. Op de vallende reep deed ik nog een unieke vondst. Ik werd getipt dat bij het bekende Veilinghuis Bernaerts in Antwerpen een mij onbekend beschilderd rouwpaneel ter veiling werd aangeboden. Titel van het werk, dat dateerde van omstreeks 1745: “De familie Van Merhaege bij Christus bij het kruis”. (Zie illustratie). Op dat schilderij, dat ooit boven hun graf in de kerk van onze bakermat Wortegem hing, stonden mijn voorouders afgebeeld. Rechts van de gekruisigde, als een “stabat mater”, staat Janneke Van Meirhaeghe. Links van het kruis: haar echtgenoot, naamgenoot en achterneef, tevens koster, Joos Van Meirhaeghe, hun jong gestorven zoon Joos Van Meirhaeghe en hun zoon-koster Arent Van Meirhaeghe. Helaas ontglipte het familiestuk mij nog in extremis. Ik kon immers niet op de veiling aanwezig zijn om het te kopen omdat ik net toen wegens hartfalen zelf een kleine kruisweg moest gaan. Deze onverwachte aandoening kaderde immers in een hele reeks moeilijke lotgevallen in de aanloop naar een niet rimpelloze oude dag waar ik over schreef in “Niet over Rozen” (zie elders op deze blog).Kameelsgewijs kroop ik toen door het oog van de naald. Het scheelde geen haar of het antieke rouwpaneel kon boven mijn graf opgehangen worden, in afwachting van de Opstanding, met of zonder polaroid…
Herman Meirhaeghe
Boekentips Lijkwade
Er is onnoemelijk veel gepubliceerd over de Lijkwade van Turijn. Hierbij enkele degelijke boeken die de vele aspecten van het onderzoek behandelen.
“De lijkwade van Turijn” en “Het bloed en de Lijkwade”, van Ian Wilson. Fascinerende verslagen van een wetenschappelijke speurtocht.
“Ik ben de Lijkwade” van Jacques Anquetil. Dit boek is anders dan alle voorgaande literatuur over de Lijkwade. Het vertelt de geschiedenis van de Lijkwade door de Lijkwade zelf aan het woord te laten en haar eigen levensverhaal te laten vertellen.
“Het Teken – De lijkwade van Turijn en het mysterie van de Opstanding”, van Thomas de Wesselow. Ook dit boek biedt een mooi overzicht van de erg avontuurlijke tocht die de Heilige Wade maakte van Jeruzalem tot bij ons.